Op school gaat het goed
Thuis ontploft, op school een engel
‘Zij is zo'n lieve, serieuze leerling. Van haar wil ik er wel 10 in mijn klas.’
De juf zegt het met een glimlach. En ze meent het.
Ondertussen stuurt diezelfde moeder een appje: Ze is nu al drie keer in huilen uitgebarsten. Gisteren heeft ze haar zusje geslagen. Ik begrijp er niets van.
Twee mensen. Hetzelfde kind. Twee totaal verschillende werelden.
Ik ken dat appje. Ik heb het zelf gestuurd. De gedachten: doe ik het wel goed? En de stilte erna, van de professional die niet weet wat ze ermee aan moet.
Ze komt thuis. De jas vliegt van haar schouders voordat de deur dicht is. Ze moppert iets onverstaanbaars, laat haar tas met een klap vallen. Haar zusje zegt iets, niet eens iets vervelends, gewoon iets en dan gaat het mis. Schreeuwen en huilen. Deuren slaan. De moeder kijkt haar man aan. Wat hebben wij fout gedaan?
Op school: niets aan de hand. Thuis: explosief.
De conclusie ligt voor de hand. Als het op school goed gaat, moet er thuis iets mis zijn. Iets met grenzen en structuur. Misschien wordt er te veel toegeven en zijn ze te weinig consequent. De blik gaat naar de ouders.
En die ouders voelen dat. Ze komen de gesprekken in met hun schouders al omhoog.
Maar wat als de school niet het bewijs is dat het goed gaat?
Wat als school juist de plek is waar de meeste energie naartoe gaat en thuis de plek waar die energie eindelijk ergens naartoe kan?
Stel je voor: je houd je de hele dag in. Je past je aan het lawaai aan, aan de drukte, aan de verwachtingen. Je doet je best om erbij te horen, om mee te komen, om niet op te vallen. Elke prikkel vang je zelf op. Elk moment van onzekerheid slik je in. Je elastiek rekt en rekt en rekt.
En dan kom je thuis. Veilig, vertrouwd en bekend. En het elastiek knalt. Niet omdat je thuis moeilijk bent. Maar omdat je eindelijk kunt.
Wat kun je dan doen? Niet veel en toch iets.
Vraag ouders hoe het thuis gaat. Niet als controle, maar uit oprechte nieuwsgierigheid. Vraag wat zij zien. Wat al een tijdje speelt. Wanneer het rustig is, en wanneer niet.
Ouders zien dingen die jij nooit ziet. Behandelaars zien dingen die thuis niet zichtbaar zijn. En jij ziet dingen die de ouders ontgaan.
Niemand heeft het hele plaatje. Maar samen komen jullie dichter bij het kind.
Het kind dat op school zo lief en serieus is, is niet een ander kind dan het kind dat thuis ontploft.
Het is hetzelfde kind, uitgeput, op twee verschillende momenten van dezelfde dag.

Wil je ook mijn inspiratiemails ontvangen?
Schrijf je je dan hier in 👇











